Je hebt een schoonmaakbedrijf en stuurt drie mensen naar Duitsland voor de eindschoonmaak van een bouwplaats. Je hebt een installatiebedrijf en het team vertrekt naar Frankrijk. Je hebt een beveiligingsbedrijf en je medewerkers dekken een evenement in Spanje af. In alle drie de gevallen wil je weten waar ze zijn, hoe laat ze begonnen zijn, en of het werk gedaan is. Normaal. En je gaat ervan uit dat de regels over hoe je hen mag tracken dezelfde zijn die je van thuis kent.
Dat zijn ze niet. Elke Europese staat heeft zijn eigen regels over het monitoren van werknemers, en die gelden waar het werk wordt uitgevoerd, niet waar je je statutaire zetel hebt. Een Nederlands bedrijf met een team in Duitsland volgt de Duitse regels. Het lijkt een detail voor juristen, totdat er een geschil of een boete binnenkomt.
Hetzelfde Europa, andere regels
Iedereen vertrekt vanuit de AVG. Maar daarna voegt elk land zijn eigen nationale laag toe, en die lagen verschillen behoorlijk. In Nederland is er één nationale toezichthouder, de Autoriteit Persoonsgegevens (AP), en is er geen voorafgaande toestemming van een arbeidsautoriteit nodig: de filters zijn de instemming van de ondernemingsraad (OR) en de AVG zelf. De rechtsgrond is normaal gesproken het gerechtvaardigd belang met een belangenafweging, niet de toestemming van de werknemer, want bij een gezagsverhouding is die toestemming door de machtsongelijkheid zelden vrij gegeven. GPS op bedrijfsvoertuigen mag voor de werkritten, maar niet om de privéverplaatsingen van de medewerker systematisch te volgen.
Daaromheen liggen de nationale lagen die verschillen. In Italië is er artikel 4 van het Werknemersstatuut, dat een vakbondsakkoord of de toestemming van de arbeidsinspectie vereist voordat je instrumenten installeert waaruit toezicht op afstand kan voortvloeien. In Duitsland is er, nog voordat je het systeem aanzet, een akkoord met de ondernemingsraad (Betriebsrat) nodig: zonder dat begin je gewoon niet. In Frankrijk heeft de CNIL de leiding, die proportionaliteit en voorafgaande informatie eist. In Spanje past de AEPD de LOPDGDD toe, met haar artikel 90 dat specifiek over geolocatie gaat.
En de sancties zijn niet gelijk. In sommige landen is een overtreding een paar duizend euro waard, in andere loopt het snel op. In Spanje is een bedrijf beboet omdat het werknemers had gegeolokaliseerd zonder een passende grondslag en informatieverstrekking. De marge, tussen het lichte en het zware geval, loopt van een paar duizend euro tot bedragen die iedereen die mensen op het veld aanstuurt schrik aanjagen.
Het probleem was tot nu toe dat je dit nergens op een rij vond, vergelijkbaar, en vooral geverifieerd bij de bron. Je zoekt op Google en krijgt duizend pagina’s: een per wet, een per land, vaak verouderd, soms slecht vertaald. Voor wie teams door heel Europa stuurt is het een doolhof. Daarom hebben we gebouwd wat ontbrak, en we hebben het gratis gelaten.






