De telefoon licht op naast het bed, ruim voor het geluid er is. Drie uur ’s nachts, en ergens in de stad heeft een koelinstallatie een storing gegeven, is een lift blijven steken tussen twee verdiepingen, of gaat een alarm af in een pand waar niemand hoort te zijn. Wie consignatiedienst draait, is al wakker voordat hij er goed over heeft nagedacht: de kleren van gisteren aan, de sleutels van de bedrijfswagen in de hand, de weg op naar een adres dat hij inmiddels op de tast kent. Onderweg is het stil, de straatlantaarns flitsen voorbij een lege voorruit, en tegen de tijd dat hij parkeert bij het pand gaat alle aandacht naar de storing, niet naar de klok. Die klok moet iemand anders bijhouden, later, aan de keukentafel, met een rekenmachine en een vaag idee van hoe laat het ook alweer was.
Voor wie in de installatietechniek, de beveiliging, de zorg of de facilitaire dienstverlening werkt, is dat ritme vertrouwd. Consignatie, ook wel bereikbaarheidsdienst of oproepdienst genoemd, hoort bij het vak: vrij, maar niet helemaal vrij. Het toestel staat aan, de wagen staat startklaar, de tas met gereedschap ligt al bij de deur, en ergens achter in het hoofd loopt een teller mee die nooit helemaal stilstaat. Geen etentje zonder een half oog op het scherm, geen tweede glas wijn, geen film die langer duurt dan een half uur zonder onderbreking. De vraag die daaruit volgt wordt al jaren gesteld en toch niet overal even scherp beantwoord: telt die avond, die nacht, dat weekend eigenlijk als arbeidstijd, of is het gewoon vrije tijd met een riem eraan?
Het antwoord hangt af van wat er tijdens die uren precies gebeurt, en daar wordt het interessant. De Arbeidstijdenwet maakt onderscheid tussen wachten en werken: de tijd waarin iemand bereikbaar moet zijn zonder verder iets te doen, telt in de regel niet mee als arbeidstijd. Zodra de telefoon overgaat en iemand daadwerkelijk aan de slag moet, begint de arbeidstijd te lopen vanaf het moment van die oproep zelf, niet pas vanaf het moment dat hij ter plaatse aankomt. Precies op die grens, tussen thuis wachten en de weg op moeten, wordt het onderscheid in de praktijk vaak vaag, en dat vage is waar de discussies beginnen.
Elke interventie verdient een tijdstip, geen schatting achteraf.
Probeer GeoTapp gratis en zie hoe een geo-gedateerd begin- en eindpunt eruitziet.
Open je proefperiodeWat het arrest Matzak heeft veranderd
De belangrijkste uitspraak op dit gebied komt niet uit Den Haag, maar uit Luxemburg. Het Hof van Justitie van de Europese Unie boog zich in 2018 over de zaak van een vrijwillige brandweerman uit het Belgische Nivelles, bekend geworden als Matzak (C-518/15). Tijdens zijn wachtdienst moest hij niet alleen bereikbaar zijn, hij moest ook binnen acht minuten op een door de werkgever aangewezen plek kunnen staan. Het Hof oordeelde dat die combinatie, een korte reactietijd samen met de verplichting om fysiek op een vaste plek te blijven, de mogelijkheid om de eigen tijd vrij in te vullen objectief en aanzienlijk beperkte. Wie zo weinig bewegingsruimte overhoudt, is volgens het Hof feitelijk aan het werk, ook al staat hij niet achter een machine of aan een bed.
Voor Nederland betekent dat niet dat elke vorm van consignatie meteen als volledige arbeidstijd geldt. Iemand die vrij thuis mag zijn, zelf mag beslissen wat hij doet en pas hoeft te reageren zodra de telefoon overgaat, valt vaak nog buiten die strenge definitie: de wachttijd zelf blijft dan vrije tijd, precies zoals de regels van de Arbeidstijdenwet het bedoelen. Maar de redenering uit Matzak werkt door in de manier waarop naar oproepdiensten wordt gekeken: hoe strakker de vrijheid wordt ingeperkt, hoe eerder ook de wachttijd zelf al als werk telt, los van de vraag of er ook echt wordt ingegrepen. En zodra dat ingrijpen zelf begint, is er sowieso geen discussie meer mogelijk. De wet is op dat punt zelfs behoorlijk gedetailleerd: duurt een interventie minder dan een half uur, dan wordt ze naar boven afgerond tot een half uur, en volgt binnen dertig minuten een nieuwe oproep, dan telt de tussenliggende tijd gewoon mee als arbeidstijd. Wat de wet niet regelt, is de vergoeding zelf: of er een toeslag staat tegenover een nacht consignatie, en hoeveel, hangt af van de cao of de arbeidsovereenkomst, niet van de Arbeidstijdenwet.










