December lijkt ver weg tot je merkt dat het zes maanden zijn, en zes maanden in een bedrijf gaan voorbij in de tijd die nodig is om twee aanbestedingen rond te krijgen en een ploeg om te gooien. De 2e december 2026 is de datum waarop elk land van de Unie de nieuwe regels over platformwerk in de eigen wetten moet hebben geschreven, en in die regels zit een hoofdstuk dat veel meer bedrijven raakt dan ze beseffen: de geautomatiseerde monitoring van de mensen die voor je werken. Het gaat niet alleen over bezorgers en de grote digitale platforms. Het gaat over iedereen die een systeem gebruikt dat gegevens over de eigen werknemers verzamelt en daar beslissingen op baseert.
De richtlijn is van kracht sinds eind 2024, maar tot nu toe bleef het iets voor specialisten, een Europese tekst die de bus voor de bouwplaats schijnbaar niet raakte. Nu gaat ze de fase in die telt, die waarin elke staat haar in nationale wet vertaalt en iemand haar moet handhaven. En hier komt de echte ommekeer, die in de controles van 2026 al voelbaar is: de toezichthouders vragen niet meer alleen of je een rechtsgrond hebt om die gegevens te verzamelen. Ze vragen hoe indringend het middel is dat je gebruikt. Een wettelijke reden hebben volstaat niet meer, als het systeem dat je hebt opgezet de mensen veel nauwer bekijkt dan nodig is.
Het is een subtiele omkering, maar een zware. Jarenlang luidde de vraag “mag ik dit?”. Nu wordt het “heb ik dit allemaal echt nodig?”. België, Spanje, Portugal en Nederland hebben de lat bij de handhaving al hoger gelegd, en de richting is overal dezelfde: beloond wordt wie weinig verzamelt, geaggregeerd, neutraal tegenover het gedrag van de afzonderlijke persoon, en bestraft wordt wie de handeling minuut na minuut bewaakt. Vertaald voor wie ploegen in het veld heeft, betekent dat dat de oude gewoonte van “we leggen alles vast, je weet maar nooit” precies datgene wordt wat je niet moet doen.
Ploegen in meerdere EU-landen en geen idee waar de lokale regel begint en ophoudt?
Geen creditcard, klaar in twee minuten
Open je proefperiodeWerk je over de grens, dan verschuift de regel bij elke lijn op de kaart
Het vervelende is dat er niet een regel bestaat. De richtlijn legt het beginsel vast, daarna giet elke staat het in het eigen kader, en dat kader verandert flink zodra je een grens oversteekt. In Nederland staat de AVG voorop en kijkt de Autoriteit Persoonsgegevens streng mee: locatie volgen mag alleen als het doel het echt nodig maakt, het moet proportioneel zijn, en de ondernemingsraad heeft instemmingsrecht bij een regeling voor controle van werknemers, dus daar kom je niet onderuit voor je iets aanzet. In Duitsland ga je voor je een locatiesysteem inschakelt langs de Betriebsrat, de ondernemingsraad, die een echte stem heeft over controle op afstand. In Frankrijk moeten bepaalde verwerkingen passen binnen het kader dat de CNIL uitzet. In Italië is er artikel 4 van het Werknemersstatuut en de Garante, die over bedrijfs-GPS al heel duidelijke dingen heeft gezegd. Dezelfde grondgedachte, vier verschillende routes, en wee degene die ze door elkaar haalt.
Voor een bedrijf dat op twee of drie markten opereert, wordt dit een klein doolhof. Je moet uiteindelijk per land weten welke rechtsgrond aanvaard is, wat je moet melden voor je begint, welke informatie je de werknemer verschuldigd bent en hoe lang je de gegevens mag bewaren. Een van die stappen misslaan is geen formaliteit meer: met de nieuwe regels en scherper wordende controles is het precies het soort slordigheid dat in een boete eindigt. Om je weg te vinden zonder gek te worden, hebben we een kaart land voor land van GPS-monitoring van werknemers in de EU samengesteld, met de toepasselijke wet, de bevoegde autoriteit en wat je de werknemer moet vertellen, in eenvoudige woorden.







